20 februari 2009

Nu werd het toch wel tijd dat ik weer een klein verslagje schrijf want het is ondertussen al meer dan twee weken geleden. Dit heeft ook grotendeels te maken met het internet dat kapot is en maar niet wordt gemaakt.

Ook ben ik een paar dagen niet 'thuis' geweest. Vorige week heb ik namelijk met Pieter, Wouter, Karlien, Tom, Cezar en Barbora een tripje in de omstreken gemaakt. De maandag en dinsdag zijn we met een jeep, die Cezar gratis heeft kunnen bemachtigen, naar Bunkeya gereden. We kregen er zelfs een chauffeur bij, de Willy.
Vijf à zes uur lang zaten we daar als sardines in een jeep, terwijl we keken naar de prachtige omgeving van de brousse die bestaat uit voornamelijk bomen en mensen die een jeep zien aankomen en de brousse letterlijk inspringen of gewoon zich in een grote plas water laten vallen. Ook zijn we een keer of tien tegengehouden geweest door de politie om zeer loze redenen om toch op één of andere manier geld te kunnen vastkrijgen. Zo moest Willy laten zien dat de sproeiers van zijn ruitenwissers het deden want als die het niet deden..

Bunkeya is een dorpje zo een 120 kilometer van Lubumbashi helemaal verscholen in de brousse. Als we daar rondliepen had ik het gevoel dat ik op een vakantieoord was beland, zoals center parks, waar je allemaal wegjes en hutjes hebt. Maar dan veel echter en mooier! We hebben daar dan een rondleiding gekregen in de koninklijke tuinen en de graftombes van de voormalige grote cheffen van Katanga.Die koninklijke tuinen bestaan voornamelijk uit een klein grasveldje met symbolisch gemaakte hutjes erin en heel veel geiten en hun uitwerpselen. Ondertussen hebben we dan ook een klein geitje zien geboren worden.
Aan die graven werd ons een historisch verhaal verteld over Leopold II die hun het leven zuur heeft gemaakt en over de vergaderingen van Kapitein Budson op een grote berg die we dan ook hebben beklommen met als resultaat een prachtig uitzicht over het hele dorp. Ondertussen was iedereen aan het eten van een stok suikerriet. Wel een vrij grappig zicht, foto's komen later.

We hebben daar in een heel mooi oud (toch wel ietswat vervallen) klooster geslapen waar om kwart na 5 een klok vanuit de toren begon te luidden, maar niet één keer, nee nee, 50 keer ofzo. Allesinds een hele goeie wekker.

De woensdag, donderdag en vrijdag zijn we met een openbare bus naar Kolwezi gereden. Een mijnstad zo'n 350 kilometer van hier. Daar hebben we dan logischerwijs een mijn bezocht maar we mochten niet in de mijn omdat er Amerikaanse investeurs kwamen onderhandelen. Maar de buitenkant was zeker al de moeite waard.
Die hele stad en mijn heeft zijn glorie verloren en is nu een post-koloniaal stadje geworden waar de mensen letterlijk kamperen in grote vervallen villa's die vroeger o.a. van onze landgenoten behoorden. We zijn daar bij de oom van Cezar blijven slapen in een huis met een knalroze keuken.
Die oom van Cezar was een ongelofelijke karikaturale man, hij heet Pierre en zijn vrouw Pierrette en hij zei altijd hetzelfde zinnetje; "aaaah, ça c'est une bonne chose".
Ook zijn we een meer gaan bezoeken dicht bij Kolwezi, met een jeep van Pierre en Pierrette waarvan het stuur nogal naar links afweek en dat gaf niet echt een veilig gevoel. Zo hebben een slang doodgereden die een kikker aan het opeten was waardoor die slang en die kikker aan elkaar vasthingen, niet echt smakelijk om te zien.
Het meer was heel gezellig, we hebben een kleine picknick gehouden en een beetje gewandeld aan het meer. Daar waren vissers hun netten aan het boven halen met allemaal hele kleine visjes die ze dan waarschijnlijk onmiddelijk als avondmaal opaten. Heel mooi om te zien.

De weg terug van Kolwezi naar Lubumbashi met de bus was minder als de weg heen. Naast mij in het gangtje zaten nog mensen om zoveel mogelijk volk in de bus te laten. En naast mij zat een vrouw met een kindje en dat kindje lag praktisch op mijn schoot, ondertussen kreeg die dan borstvoeding en werd ik bekogeld door pelletjes van pindanootjes.

Die week weg was heel fijn en ook interessant om een beter zicht te krijgen over het leven hier en hoeveel littekens de kolonisatie heeft nagelaten.

Deze week heb ik mij dan weer toegespitst op het leven hier in Bakanja Centre.
Het is fijn te werken met die kindjes hier, je krijg er enorm veel van terug. Ze hebben allemaal een moeilijke geschiedenis maar proberen er toch het beste van te maken. Bij de ene gaat dat al makkelijker dan bij de andere.
Het belangrijkste is dat je je er zelf niet te veel bij betrekt en er het beste probeert uit te halen en veel te leren. Het is anders werken dan met kindjes in België. Vanaf volgende week kan ik hopelijk starten met de lessen.

De containers zelf schieten al wat op,ze beginnen stilaan kleur te krijgen, voornamelijk groen.

Voor de rest heb ik ook twee fransmannen en een italiaan ontmoet die hier ook vrijwilligerswerk doen. Daarmee ben ik dan maandagavond iets gaan drinken want er was er eentje jarig.
Ook heb ik afscheid genomen van die belgenvrienden, want zij zijn vrijdag begonnen aan hun doorreis door Zambië tot Zanzibar. Donderdag ben ik dan nog met hen een mijn hier in Lubumbashi gaan bezoeken. En deze keer in de mijn zelf.

Voor de rest ga ik af en toe iets drinken met Barbora. Plan ik dingen met mensen die toch wel geregelt niet doorgaan omdat ze niet komen opdagen of twee uur te laat komen. Ook zijn hier veel feesten zoals voor valentijn en verjaardagen enzo.

Maar goed, hopelijk gaat mijn afspraak voor vandaag door. Ik ga normaal met Barbora bij een gezin gaan eten en erna naar het theater. Ik ben benieuwd!

X

2 opmerkingen:

Frans zei

Foto's, foto's ... :-)

myriam middelkamp zei

Boeiend allemaal! Begint mooi vorm te krijgen. Succes nog.
En, de gazet van bertem is deze week bij de drukker blijven hangen...